Naar hoofdinhoud

Roadtrip door de Vogezen: bochten, brood en bergpassen

Vergeet de Alpen voor een weekend. De Vogezen bieden de perfecte mix van strak asfalt, stevige kost en haarspeldbochten op rijafstand.

Zodra je bij Maastricht de grens oversteekt, voelt het alsof de horizon zich eindelijk een beetje begint uit te rekken. De Vogezen zijn voor de Nederlandse automobilist of motorrijder de dichtstbijzijnde plek waar de wereld echt driedimensionaal wordt. Het is een rit van een slordige zes uur vanuit Midden-Nederland, mits je de verleiding weerstaat om bij elke Waalse benzinepomp een lauwe koffie te halen. De beloning wacht net onder Luxemburg: een landschap van graniet, dichte dennenbossen en wegen die door Franse ingenieurs met een voorliefde voor de ideale lijn zijn aangelegd. Het is daar niet zo klinisch als in Zwitserland, maar een stuk minder chaotisch dan in de Pyreneeën.

De Route des Crêtes als ruggengraat

Het hart van elke rit door dit gebied is de Route des Crêtes. Deze strategische bergweg, ooit aangelegd in de Eerste Wereldoorlog, volgt de kam van de bergen van noord naar zuid. Het wegdek is hier verrassend goed, al moet je na een strenge winter altijd rekening houden met wat verdwaald grind in de binnenbochten. Je rijdt hier letterlijk op de grens tussen de Elzas en Lotharingen, met aan de ene kant diepe dalen en aan de andere kant de verre contouren van het Zwarte Woud. De bochten zijn vloeiend, maar vergen focus; voor je het weet zit je naar een roofvogel te staren terwijl het asfalt onder je vandaan draait.

Wie alleen maar kilometers vreet om een bestemming te bereiken, vergeet dat de weg zelf de reden van vertrek was.

Redactie Mannenwereld

Maak niet de fout om te veel te willen. Wie in één dag de hele bergketen wil afvinken, eindigt met een stijve nek en een oververhit remsysteem. Plan je stops in de kleine dorpen in de vallei. Hier vind je geen hippe koffiebarretjes, maar bakkerijen waar het brood nog naar houtskool en vakmanschap ruikt. Voor de overnachting zoek je een lokale 'auberge'. Dat zijn vaak eenvoudige herbergen met krakende vloeren, waar de waard je een stevige 'choucroute' of een 'baeckeoffe' voorschotelt. Het is zware kost die bedoeld is voor houthakkers, maar na een dag sturen smaakt niets beter dan dat, gecombineerd met een lokaal gebrouwen witbier.

Timing en de kunst van het vertragen

De beste tijd om de Vogezen op te zoeken is het late voorjaar of de vroege herfst. In de zomermaanden deel je de haarspeldbochten met hordes wielrenners en campers die met dertig kilometer per uur naar boven kruipen. In de herfst zijn de wegen leeg en kleuren de loofbossen diep oranje, wat de hele rit een bijna filmische kwaliteit geeft. Let wel op de hoogte; op de Grand Ballon kan het weer binnen tien minuten omslaan van een zacht zonnetje naar een mistbank waar je de motorkap van je eigen auto niet meer ziet. Het hoort bij het karakter van het gebergte.

De verleiding is groot om na de laatste pas direct weer de snelweg naar het noorden op te draaien, maar doe jezelf een plezier. Koop bij de lokale bakker een paar stevige flutes voor onderweg, gooi de achterbank vol met wat flessen lokale wijn en rijd de eerste honderd kilometer binnendoor terug. De Vogezen verlaten is altijd een beetje een nederlaag, maar met de geur van dennennaalden en verbrand rubber in je kleren hou je het thuis wel weer een paar maanden vol op de A27.